Terug naar Berichten

AFSCHEID VAN EEN VERTROUWD GEZICHT ONDER DE LAT

Ruud Leeuwesteijn kan zich nauwelijks een leven zonder ijshockey voorstellen. Jarenlang draaide zijn bestaan om trainingen, wedstrijden, busreizen en de kleedkamer van Tilburg Trappers. Maar na elf seizoenen in het Oberliga-team komt daar een einde aan. Een beslissing die pijn doet.

‘Het gaat raar zijn na elf jaar Trappers’, zegt Leeuwesteijn. ‘Mijn hele leven heeft grotendeels in het teken gestaan van ijshockey. Dat gaat nu anders worden.’ Hoewel de doelman graag nog één seizoen had toegevoegd, trok hij voor zichzelf een duidelijke grens. ‘Net als bijna iedere andere keeper begon ik last te krijgen van mijn heupen. Ik heb van dichtbij gezien hoeveel problemen Ian (Meierdres) daarmee heeft gehad, zelfs na zijn carrière. Dat wil ik voorkomen. Ik word in januari dertig en heb nog een heel leven voor me. Dat wil ik graag pijnvrij doen.’

WRANGE NASMAAK

De goalie had dus graag nog één seizoen deel willen uitmaken van de hoofdmacht van Trappers, maar bij de start van de onderhandelingen over een nieuwe verbintenis werd al snel duidelijk dat de club een andere weg in wilde slaan. Men gaat verjongen en geeft voorrang aan Danylo Douma en Thijs Kivits. Niet zozeer de beslissing zelf, maar vooral het moment waarop hij het hoorde, zorgde voor een wrange nasmaak.

‘Elf seizoenen lang heb ik me altijd voor honderd procent ingezet voor de club. Daarom had ik het liefst mijn carrière na komend jaar in Tilburg afgesloten’, vertelt hij. Op 21 september 2025 stond Leeuwesteijn in Leipzig voor de vijfhonderdste keer onder de lat bij Trappers. Een mijlpaal die zijn verbondenheid met de club onderstreepte. ‘Wat me vooral steekt, is dat ik het pas zo laat hoorde. Ik had gehoopt dat dat iets eerder gecommuniceerd zou worden. Daardoor werd het praktisch onmogelijk om nog ergens anders aan de slag te gaan.’ De teleurstelling klinkt overduidelijk door in zijn stem. ‘Je wordt vrij snel opzijgeschoven. Dat vind ik jammer, maar blijkbaar werkt het zo. Ondanks elf jaar trouwe dienst.’

René de Hondt heeft begrip voor de teleurstelling van Ruud. ‘Ik had hem graag eerder duidelijkheid gegeven, maar een onderhandelingsproces laat zich lastig plannen. We hebben als club uiteindelijk bewust gekozen voor een andere koers, waarbij we willen verjongen en jonge keepers de kans willen geven zich verder te ontwikkelen.

De technisch manager voegt er nog het volgende aan toe. ‘Dat neemt niet weg dat we ontzettend veel waardering hebben voor alles wat Ruud in elf seizoenen voor Trappers heeft betekend. Met zijn inzet, professionaliteit en loyaliteit heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de successen van de club. We begrijpen dat de timing voor hem teleurstellend is en vinden het jammer dat hij dat zo heeft ervaren. Daarvoor bied ik hem mijn excuses aan. Vanzelfsprekend wensen we hem alle succes in zijn maatschappelijke carrière en zullen hem altijd dankbaar blijven voor wat hij voor Trappers heeft betekend.’

VAN CTO NAAR OBERLIGA

Eigenlijk begon het Tilburgse hoofdstuk al veel eerder. Tussen 2011 en 2013 maakte Leeuwesteijn deel uit van de jeugdopleiding van Trappers. ‘Ik kon destijds kiezen tussen het toekomstteam van Tilburg en het CTO in Eindhoven.’ Het werd het talentenprogramma van de Nederlandse IJshockey Bond (NIJB).  ‘Achteraf gezien was dat een geweldige keuze. We hadden een fantastische groep met jongens als Guus van Nes, Gio Vogelaar, Danny Stempher, Max Hermens, Jonne de Bonth en Bo (Subr) als coach.’

Toen het CTO-project uiteenviel, nam de Tsjechische oefenmeester hem mee naar Tilburg. Aanvankelijk om mee te trainen met het BeNe League-team. ‘Door een blessure van Ian (Meierdres) schoof ik echter al snel door naar het Oberliga-team.’ Om daar uiteindelijk al die tijd te blijven.

Zijn eerste maanden bij de hoofdmacht verliepen allesbehalve vanzelfsprekend. Leeuwesteijn werd tweede doelman achter Meierdres, maar toen die vroeg in het seizoen uitviel, moest de jonge keeper direct leveren. ‘Ik werd eigenlijk voor de leeuwen gegooid. Dat ging gelukkig niet verkeerd.’

ONVERGETELIJKE HERINNERINGEN

In elf seizoenen verzamelde Leeuwesteijn een schat aan herinneringen. Het kiezen van één hoogtepunt blijkt dan ook vrijwel onmogelijk. ‘Pfoeh, dat is lastig. Maar als ik iets moet noemen, dan is het wel het derde kampioenschap op rij. Mijn rol was toen groter dan bij de twee eerdere titels.’

Vooral de finalewinst in Deggendorf staat nog helder op zijn netvlies. ‘We wonnen die beker voor het eerst buitenshuis. Daardoor vierden we het echt samen met de spelers. Het was een kleiner, intiemer feestje. Dat was mooi. Heel mooi.’

GOALIE FIGHT

Toch is er één moment waar supporters hem waarschijnlijk altijd mee zullen associëren: de beruchte goalie fight tegen Hannover Scorpions-doelman Enrico Salvarani op 5 januari 2020. Leeuwesteijn schiet in de lach als het onderwerp ter sprake komt. ‘Ja, die gebeurtenis zal altijd aan mijn carrière verbonden blijven.’

Hij herinnert zich nog precies hoe de situatie ontstond. ‘Het spel lag stil omdat ik de puck had bevroren. Daarna kreeg Max (Hermens) een harde cross-check. Er ontstond een opstootje voor onze goal en Boet (van Gestel) werd door twee spelers van hun belaagd. Ik trok één van hen weg.’

Vanuit zijn ooghoeken zag hij zijn collega in volle vaart het ijs oversteken. ‘Toen had ik eigenlijk geen andere keuze dan mezelf te verdedigen. Dat ging best aardig, want ik heb hem een paar keer geraakt. Maar eerlijk gezegd ziet een goalie fight er nooit echt uit met die uitrusting aan.’

TOEKOMST

Of supporters hem nog ergens onder de lat terugzien? ‘Waarschijnlijk alleen nog in Dordrecht’, grapt hij. ‘Met vrienden op een klein baantje. Net zoals we elk jaar deden in voorbereiding op het seizoen.’

Een terugkeer op hoog niveau sluit Leeuwesteijn uit. Daarvoor kijkt hij te veel uit naar alles wat jarenlang op de tweede plaats kwam. ‘Ik wil tijd doorbrengen met mijn vriendin, familie en vrienden. Gewoon spontaan naar een feestje kunnen, zonder te denken dat je de volgende ochtend vroeg naar Rostock moet vertrekken.’

Ook maatschappelijk heeft hij zijn weg gevonden. Bij Achmea werkt hij op de afdeling Contract- & Resourcemanagement. ‘Niet bepaald wat ik na mijn studie Toegepaste Psychologie had verwacht’, zegt hij lachend. ‘Maar als sportpsycholoog waren bij mijn afstuderen destijds weinig mogelijkheden. Binnen Achmea heb ik een mooie uitdaging gevonden.’

VRIENDSCHAP VERDER DAN IJSHOCKEY

Wat hij straks het meest gaat missen, weet hij zonder aarzelen. ‘De kleedkamer en de busreizen. Dat klinkt misschien cliché, maar daar hebben we ongelooflijk veel gelachen. Tegelijkertijd voerden we ook de mooiste en meest persoonlijke gesprekken.’

En hoe gaat het verder met de vriendschap tussen hem en Max Hermens nu ze elkaar niet meer vrijwel dagelijks op de ijsbaan zien? ‘Daar zal weinig tot niets aan veranderen. We kennen elkaar al sinds onze jeugd. In de zomer reisde ik dan met de trein naar Zoetermeer. En tijdens tussenuren op school gameden we online tegen elkaar. Zelfs toen Max in Zweden speelde, hielden we contact. Het voelde vanzelfsprekend om samen te gaan wonen toen hij in oktober 2017 naar Tilburg kwam.’

Hoewel beide vrienden inmiddels in een andere levensfase zitten, spreken ze elkaar nog wekelijk. Dat zal door mijn afscheid bij Trappers niet veranderen. Daarvoor is onze vriendschapsband veel te sterk.’