Terug naar Berichten

RENE DE HONDT OVER GUUS BAKKER: ‘IK MIS HEM NOG ALTIJD!’

Vorige week zondag was het tien jaar geleden dat de ijshockeywereld afscheid moest nemen van Guus Bakker. Tilburg Trappers verloor een clubman, de spelers een vertrouwenspersoon en technisch manager René de Hondt een vriend en klankbord. Maar wie met De Hondt over Bakker praat, merkt al snel: echt weg is hij nooit geweest.

Zijn liefde voor ijshockey was onbegrensd. Zijn kennis en verhalen onuitputtelijk. Zijn gedachten konden alle kanten op gaan. Maar bovenal was er die warme, unieke persoonlijkheid. Tien jaar na zijn overlijden klinken de verhalen over Guus Bakker nog altijd; alsof hij elk moment de kleedkamer binnen kan lopen.

MOOISTE SPORTSCHOOL VAN TILBURG

De Hondt kent Bakker al sinds zijn veertiende. Hun eerste ontmoetingen vonden niet eens plaats op een ijsbaan, maar op de markt. ‘Ik hielp mee met het verkopen van bloemen. Guus had de winkel van zijn ouders aan de Kapitein Nemostraat overgenomen. Maar hij had geen affiniteit met bloemen. Al snel werd de winkel omgetoverd tot een sportschool.’ En niet zomaar een sportschool, benadrukt De Hondt. ‘Het was zonder twijfel de mooiste van Tilburg, compleet met sauna en bubbelbad. En ik kan het weten want ik was er bijna elke dag. Al heb ik heel weinig halters aangeraakt.’

Bak­ker was volgens De Hondt een rustige man en bovenal een levensgenieter. Hij hield van vrouwen, auto’s en van mensen om zich heen. ‘In die tijd had hij een Corvette.’

De ijshockeyband werd ondertussen steeds sterker. De Hondt kwam eind jaren zeventig bij het eerste team van Trappers terecht waarin Bakker samenspeelde met George Petrnousek. ‘Een geweldige leermeester.’

GEDWONGEN VERTREK

In het seizoen 1978-1979 verliet de robuuste verdediger zijn geliefde Tilburg en vertrok naar Amsterdam. Jaren later vertelde Bakker dat hij zich daartoe min of meer gedwongen voelde. De klik met de coach was verdwenen. Op de bank blijven zitten of vertrekken, waren volgens hem de opties. Bovendien wilde hij zijn plaats in het Nederlands team behouden.

Het avontuur in de hoofdstad pakte anders uit dan gehoopt. Hans Westberg, coach van Amsterdam én Oranje, nam Bakker niet mee naar de Olympische Winterspelen van Lake Placid. Een mokerslag.  Uiteindelijk zocht hij zijn heil in Utrecht.

Daarna raakten Bakker en De Hondt elkaar enige tijd kwijt. ‘Guus werd coach in Den Bosch en vroeg me of ik in Den Bosch wilde komen spelen. Ik koos ervoor om in Tilburg te blijven.’ Na zijn periode bij de Red Eagles verkaste hij naar Turnhout en daarna Eindhoven.’ Het contact kwam jaren later weer terug, en dit keer zou het een veel intensere rol krijgen.

MAN ACHTER DE SCHERMEN

Aan de vooravond van het seizoen 2009-2010 stopte Barry Robeerst als teammanager en werd materiaalman. De Hondt zag zijn kans schoon en probeerde Bakker te bereiken. ‘Ik kreeg hem niet te pakken. Via Francis Landmeter begreep ik dat hij in het ziekenhuis was opgenomen. Na een paar keer proberen nam hij uiteindelijk op.’ Ik nodigde hem uit op de zaak en stelde de vraag of hij teammanager wilde worden.’Daar hoefde hij geen twee minuten over na te denken.’

Het bleek een gouden greep. Bakker paste perfect in de rol. Hij werd de spin in het web van de ploeg. ‘Niet alleen gaf het hem de mogelijkheid twaalf maanden per jaar met ijshockey bezig te zijn, hij sprak ook de taal van de kleedkamer. De spelers hadden grenzeloos respect voor hem.’

En Bakker bleef Bakker. Een speler kon bij hem aankloppen met een kapotte stick. ’Guus, mijn stick is gebroken. Wil je een nieuwe voor me bestellen?’ De bestelling werd gedaan. Maar als de speler enige tijd later vroeg waar de stick bleef, kwam steevast hetzelfde antwoord. ‘Die is nog op de boot, jongen.’
De Hondt schiet in de lach. ‘Volgens mij moet die boot nog steeds aankomen.’

ÉÉN BLIK WAS VOLDOENDE

De humor was één kant van Bakker. Zijn mensenkennis een andere. ‘Hij had aan één blik genoeg om te zien hoe een jongen zich voelde.’ Dat maakte hem belangrijk binnen de selectie. Bakker kende de taal van spelers, maar begreep ook wat er tussen de regels door werd gezegd.

Met coach Mark Pederson had hij in zijn eerste seizoen een goede verstandhouding. Maar de samenwerking met Barry Smith was volgens De Hondt helemaal bijzonder. ‘Die twee waren twee handen op één buik.’ Ook De Hondt zelf werkte graag met Bakker samen. Bij het samenstellen van de selectie vormde de oud-verdediger een belangrijk klankbord.

HOUKES OF OOSTERVELD?

Dat bleek onder meer in de zomer van 2015. Bij de overstap naar de Oberliga rees de vraag wie Tilburg moest aantrekken: Levi Houkes of Joey Oosterveld? ‘Ik had een voorkeur voor Levi. Ik dacht dat we in de Oberliga een gangmaker nodig hadden. Niet alleen in de kleedkamer, maar ook tijdens de lange busreizen.’

Bakker zag meer in Oosterveld. Er werd stevig gediscussieerd. Uiteindelijk wist De Hondt zijn vriend te overtuigen. ‘Achteraf gezien was de komst van Houkes een schot in de roos.’ Het was het begin van een historisch seizoen.

PANNENKOEKEN LANGS DE DUITSE AUTOBAHN

De overstap naar de Oberliga was voor iedereen nieuw. Niemand wist precies wat hem te wachten stond.’Wat doe je als je acht uur achter elkaar in een bus zit? Hoe vaak moet je stoppen? Moet je één of twee keer eten onderweg? We wisten het ook niet.’

Dus werd er geïmproviseerd. En geëvalueerd. En weer verbeterd. Samen met Bakker en Ron van Gestel zocht De Hondt steeds naar oplossingen. ‘Zo gingen Freek van Bladel en Guus op een parkeerplaats naast een Duitse snelweg pannenkoeken staan bakken. Later gingen we gewoon bij een Duits restaurant eten.’

Ook de bus werd aangepast. Jack de Kort, die eveneens een hechte band met Bakker had, haalde op verzoek van de spelers de achterste drie rijen stoelen eruit. Zo konden de spelers onderweg liggen. ‘Iedereen deed een stap extra. Niet alleen op het ijs, maar zeker ook daarbuiten.’

EEN TITEL OM NOOIT TE VERGETEN

Er was nog iets dat het seizoen bijzonder maakte: de documentaire die Joost van der Werf over het eerste Oberliga-jaar maakte. De Hondt heeft hem nog altijd op zijn laptop staan. ‘Ik kijk hem nog regelmatig terug.’

Wie de beelden ziet, ziet nauwelijks hoe ziek Bakker op dat moment al was. ‘Hij heeft gestreden om het kampioenschap mee te kunnen maken, zo lijkt het wel.’ Op dinsdag 19 april 2016 werd de titel binnengehaald. Daarna ging het snel bergafwaarts met Bakker.

LACH EN EEN TRAAN

In de laatste weken van zijn leven werkte Bakker samen met René, Ron van Gestel, Francis Landmeter en Jos van der Wijngaert aan zijn eigen afscheidsdienst. Het klinkt zwaar. Toch werd er ook gelachen. ‘Jos riep op een ochtend: ‘Hé Guus, over werken kan ik niks schrijven, want dat heb je nooit echt gedaan.’ Het typeert misschien wel hoe Bakker herinnerd moet worden: met verdriet, maar ook met een glimlach.

De belangstelling voor de afscheidsdienst op maandag 12 september 2016 was overweldigend. ‘Ik mis hem nog altijd. Voor mij was het de meest indrukwekkende uitvaart die ik bijgewoond heb.’ Mensen zaten op het ijs en op de tribunes. Maar voordat de deuren opengingen, was er een intiem moment in de kleedkamer.

Daar stond de kist…

’We hebben daar met de spelersgroep afscheid genomen van Guus. Dat was zeer emotioneel.’ Tien jaar later zijn de scherpste randjes van het verdriet wel verdwenen. Maar uit het oog, betekent zeker niet uit het hart.

Al tien jaar lang is Guus Bakker niet meer in de kleedkamer. Toch klinkt zijn stem er soms nog. In een anekdote, een grap, een herinnering. En misschien, heel af en toe, wanneer iemand vraagt waar die bestelde stick toch blijft: ‘Die is nog op de boot.’