TUSSEN IJS EN GEZIN: WAAROM DANI BINDELS TILBURG ACHTER ZICH LAAT
Het had zomaar een langer verblijf kunnen worden, maar soms wint het leven buiten het ijs het van de prestaties erop. Voor Dani Bindels kwam er na één seizoen in Tilburg een einde aan een hoofdstuk dat sportief veelbelovend begon, maar privé steeds zwaarder begon te wegen.
‘Ik voelde me heel goed in Tilburg,’ vertelt hij openhartig. ‘De club is voor mij een voorbeeld binnen de Oberliga Nord. Een prachtig stadion, bijna altijd uitverkocht, supporters die het spelletje snappen en financieel stabiel. Ik had hier graag nog jaren gespeeld.’ Even valt hij stil, waarna hij vervolgt: ‘Maar soms is ijshockey niet het belangrijkste.’
Het zijn woorden die blijven hangen. Want achter de ijshockeyer schuilt een partner en vader, en juist daar begon het te wringen. En dus besloot de 28-jarige forward om een andere koers te varen. Niet vanwege het spel, maar vanwege de thuissituatie. Zijn vriendin had moeite om te aarden in Nederland. ‘Voor haar was het de eerste echte stap naar het buitenland: een ervaring die zwaarder uitpakte dan vooraf gedacht.’
ZWARE COMBI
Op papier leek de overstap van Duitsland naar Nederland klein. Beide landen zijn geografisch immers buren, de afstand beperkt. Maar in het dagelijks leven bleken de verschillen groot. Dat werd vooral merkbaar buiten de ijsbaan. ‘Ik heb bij veel clubs gespeeld, maar dat was altijd binnen Duitsland. Dit was anders.’
De situatie werd extra complex door de gezondheid van zijn bijna tweejarige zoontje Lio, die kampt met een huidziekte. Regelmatige doktersbezoeken waren noodzakelijk, waarbij Bindels vaak als tolk moest optreden. ‘Mijn vriendin begreep de uitleg van de Nederlandse artsen niet goed, dus ik moest mee om te vertalen. Maar als ik zelf moest spelen, ging dat natuurlijk niet altijd.’ De combinatie van zorgen thuis, taalbarrières en het gemis van familie en vrienden drukte zwaar op het gezin en uiteindelijk ook op zijn spel. ‘Of je wil of niet, je neemt het mee het ijs op. In het begin van het seizoen had dat zeker invloed op mijn prestaties. Gevoelsmatig was dit lastig want iedereen die me kent weet hoeveel ik van mezelf eis.’
GROTE SCHOENEN TE VULLEN
Sowieso had hij bij zijn komst naar de Kruikenstad grote schoenen te vullen. Bindels werd naar Tilburg gehaald als opvolger van landgenoot D’Artagnan Joly, die een seizoen eerder 84 punten (29 goals en 55 assists) in 53 ontmoetingen verzamelde. Een vergelijking die volgens hemzelf nooit helemaal eerlijk was. ‘Je kunt ons niet met elkaar vergelijken. We zijn totaal verschillende spelers,’ stelt hij nuchter.
Daar kwam bij dat het niveau van de Oberliga de afgelopen jaren flink is gestegen. Bindels zag het verschil met eigen ogen. In 2017-2018 werd hij door Kölner Haie uitgeleend aan Moskitos Essen. ‘De competitie van destijds is in niets vergelijkbaar met die van nu. De kwaliteit is enorm omhooggegaan. Elke wedstrijd moet je alles geven.’
Toch liep Trappers nummer 41 niet weg voor deze uitdaging. ‘Mijn droom was om prof ijshockeyer te worden. In Duitsland waren en zijn de mogelijkheden hiervoor groter dan in Nederland’, vertelt hij kalm. En dus verliet hij op dertienjarige leeftijd het ouderlijk huis in Geleen om zich aan te sluiten bij het internaat van Krefeld Pinguine. ‘Het was pittig om zo jong van huis te gaan, maar ik wist wat ik wilde. En daarbij werd je snel volwassen.’
In die tijd werd de kiem gelegd voor zijn vriendschap met Noah Muller. ‘Zowel in Krefeld als later in Keulen deelden we een tijdje een appartement samen. Afgelopen jaar hebben we de vriendschapsbanden nog eens extra aangehaald. Noah is een vriend voor het leven, durf ik wel te zeggen!’
DUITS PASPOORT
Zijn langdurige verblijf bij onze Oosterburen leverde hem uiteindelijk ook een Duits paspoort op. Een niet te onderschatten voordeel in de ijshockeywereld. ‘Daardoor ben ik geen importspeler meer voor Duitse clubs want die plekken worden over het algemeen ingenomen door Canadezen, Amerikanen of Tsjechen.’
Zijn talent was onomstreden. Bindels schopte het zelfs tot internationale optredens voor Duitsland U-20 en tekende op zijn negentiende zijn eerste profcontract in Keulen. Hoewel hij hoopte definitief door te breken bij de topclub in de Deutsche Eishockey Liga, bleef die kans uit en volgden verhuurperiodes en transfers binnen de DEL2. ‘Iedereen beleeft zijn periode als Förderlizenz anders, maar voor mij voelde het wildwest. Je leeft min of meer uit je ijshockeytas, zonder grip op het weekend. Vandaag hier, morgen daar. Geen zeggenschap, wel moeten leveren. Het vraagt flexibiliteit, maar knaagt aan ritme, rust en soms ook aan het plezier in het spel. Mijn leukste tijd beleefde ik in Frankfurt in het seizoen 2017-2018.’
Na dertien jaar Duitsland koos Dani afgelopen zomer voor een terugkeer naar Nederland. Een omslag met een dubbel gevoel. ‘Ik voelde me meer Duits dan Nederlands’, gaf hij bij zijn entree in Tilburg toe. Toch zat er ook een mooie keerzijde aan de medaille: ‘Mijn ouders en familie heb ik veel vaker dan daarvoor kunnen bezoeken en mijn Nederlands is beter dan het ooit is geweest. Benieuwd hoelang het zo goed blijft…haha.’
WISSELVALLIG
‘Ik wil Trappers niet voor de eerste de beste club inruilen.’ Het tekent de nuchtere en eerlijke kijk van een speler die weet wat topsport vraagt, maar ook waar de grens ligt. Soms ligt die niet op het bevroren water, maar thuis. ‘Het totale plaatje moet kloppen. In het verleden heb ik keuzes gemaakt voor verenigingen die in de zomer een complete gedaanteverwisseling ondergingen. Dan weet je dat je een lastig jaar tegemoet gaan want met 19 nieuwe spelers ga je niet ineens om de prijzen meedoen.’ Dani zal komend seizoen weer voor een Duitse club spelen.
Vanwege zijn eerdergenoemde privéomstandigheden kwam ‘de Limburgse diesel’ pas echt op toeren toen het ertoe deed: Bindels draaide in de Meisterrunde warm en in de play-offs kwam hij op stoom met 9 punten (een goal en acht assists) in 12 postseason-duels. ‘Dat kwam het dichtst bij de Dani die ik kan en wil zijn.’ Terugkijkend knaagt vooral de halve finale tegen Deggendorf. ‘We hebben hen onvoldoende laten voelen hoe graag we naar de finale wilden. Het was heel anders dan onze aanpak in de eerste ronde tegen Passau. Dat was hard en meedogenloos. Vanaf de eerste seconde was het voor hen duidelijk dat er niets te halen viel. Tegen Bad Tölz hoefde dat niet.’
Rustig laat hij alle duels in zijn gedachten passeren. ‘Deggendorf is een gemiste kans. We verknallen game 1. In wedstrijd 2 bleef het lang, heel lang 0-1. We hadden mogelijkheden genoeg, maar geen goals. En plots, uit één tegenstoot viel de 0-2, uitgerekend via een van de Jackson-tweeling. De kritiek die Mike (Dalhuisen) uitte tijdens het pauze-interview twee dagen later was terecht. Het leken wel voetballers in plaats van ijshockeyers. In plaats van dat gedrag af te straffen, werd het een koude douche. Matt (McLeod) raakt in overtime van game 3 de paal. Drie centimeter naar rechts en het staat 1-2 in de serie in plaats van 0-3. Pas in onze tweede thuisbeurt kregen we loon naar werken, maar in game 5 zat een vervolg van de halve finale er geen moment in.’
Einde seizoen, einde Tilburg. Ondanks het vervelende einde heeft hij genoten van zijn tijd in het blauwgeel. ‘Het seizoen was wisselvallig. Tussen de wedstrijden, maar ook in de wedstrijden. In de postseason hebben we karakter getoond en geleverd wanneer het moest. Alleen Deggendorf was net te sterk. Ik kijk met genoegen terug en dank iedereen voor de steun, van mijn medespelers tot het management en van de staff tot de supporters!’
Door Peter van Raak