Terug naar Berichten

TRAPPERS KLEEDKAMER RAAKT STILLE LEIDER KWIJT

Hij was nooit de man van de grote woorden. Geen speler die met theatrale gebaren of valpartijen de aandacht opeiste. Ties van Soest werkte liever in stilte, won zijn face-offs, leverde vuile meters af en liet anderen schitteren. Toch komt het einde van zijn ijshockeyloopbaan eerder dan verwacht. Op slechts 26-jarige leeftijd neemt de Tilburgse center weloverwogen afscheid van de sport die bijna twintig jaar zijn leven bepaalde.

Vier hersenschuddingen (twee in Amerika tijdens zijn collegeperiode bij South Shore en twee in de Oberliga) hebben hem tot een pijnlijke conclusie gebracht. ‘Het was een hele lastige keuze’, vertelt hij rationeel. ‘Ik voelde dat ik steeds meer met het risico van een volgende hersenschudding in mijn achterhoofd speelde. De afgelopen maanden heb ik verscheidene wetenschappelijke onderzoeken over de gevolgen van hersenschuddingen gelezen. Uiteindelijk heb ik geconcludeerd dat ik die gevaren niet meer wil lopen.’

KNOOP DOORHAKKEN

In het besluitvormingsproces ging hij niet over één nacht ijs. Maandenlang woog hij alles af. De gesprekken voerde hij bewust in kleine kring: met zijn ouders, zijn drie broers, vriendin Femke en een handvol teamgenoten. ‘Iedereen zei dat elke keuze goed zou zijn, maar uiteindelijk moet je zelf die knoop doorhakken. Dat is super lastig want ijshockey brengt ook heel veel.’

Maandag bracht hij Tilburg Trappers op de hoogte van zijn beslissing. Daarmee eindigt niet alleen een carrière, maar ook een levensritme dat bijna twee decennia duurde. Van augustus tot april draaide alles om trainen, reizen, wedstrijden spelen en herstellen. Het bevroren water van IJssportcentrum Tilburg was jarenlang zijn tweede thuis.

Van Soest weet bovendien maar al te goed wat hoofdletsel kan betekenen. Tilburg Trappers kent een lange geschiedenis met hersenschuddingen. Namen als Nick de Ruijter, Ryan Collier en Branden Gracel staan in het collectieve geheugen van de Tilburgse ijshockeyliefhebber gegrift. Allemaal spelers die hun loopbaan noodgedwongen vroegtijdig moesten beëindigen. ’Uit wetenschappelijke studies blijkt dat herhaalde hersenschuddingen kunnen leiden tot geheugen- en concentratieproblemen, langdurige hoofdpijn en zelfs persoonlijkheidsveranderingen’, zegt Van Soest. ‘Hoe leuk ijshockey ook is, dat is het me niet waard.’

MEER DAN IJSHOCKEY

Toch klinkt er geen verbittering in zijn stem. Eerder berusting. Misschien ook omdat hij altijd verder keek dan alleen het ijs. Terwijl veel ploeggenoten genieten van een rustige zomer, zit Van Soest alweer met zijn neus in de boeken. Hij werkt momenteel aan zijn thesis voor de bachelor Econometrie aan de Universiteit van Tilburg. Geen eenvoudige studie, merkt hij lachend op. ‘Er staat officieel drie jaar voor, maar ik zit nu in mijn zesde jaar’, zegt hij met gevoel voor relativering. ‘Door het ijshockey heb ik wel vertraging opgelopen, maar het is sowieso een zware opleiding.’

Na zijn bachelor wil hij nog een master volgen. Alleen verandert er financieel wel iets nu zijn inkomsten uit het ijshockey wegvallen. ‘Ik zal nu wel een baantje moeten zoeken’, lacht hij. Wat daarna komt, weet hij nog niet precies. ‘De mogelijkheden binnen de econometrie zijn breed: van bedrijfsleven tot overheid.’ Eén ding weet hij wel zeker: bang voor het bekende zwarte gat is hij niet. ‘Ik heb naast ijshockey nog genoeg andere interesses. Golf, padel, squash, wielrennen. En ik wil meer tijd doorbrengen met Femke.’

IN DE LUWTE

Wie Van Soest alleen op zijn statistieken beoordeelde, miste vaak zijn echte waarde. Hij was het type speler dat coaches adoreren: betrouwbaar, slim en onverzettelijk. Een speler die precies wist welke rol hij moest vervullen. Maar soms stapte hij ineens uit de schaduw. Zoals op vrijdag 21 maart 2026 in het eerste kwartfinale treffen tegen Bad Tölz. Van Soest speelde misschien wel zijn beste wedstrijd in het blauwgeel van Trappers. Hij scoorde zelf, gaf twee assists op Kobe Roth, één op Reno de Hondt en won tien van zijn vijftien genomen face-offs.

Zelf bleef hij nuchter onder deze laatste statistiek. ‘Er is geen peil op te trekken met die face-offs’, zei hij destijds. ‘De ene avond gaat het vanzelf en de andere keer lukt het gewoon minder. Snelheid en kracht spelen een rol en verder is het uitzoeken wat het beste werkt tegen je tegenstander.’

HECHT, GEVREESD TRIO

Zijn verhaal begon ooit ‘om de hoek’ in Eindhoven, waar hij als jongen uit een echte ijshockeyfamilie voor het eerst de schaatsen onderbond. Al snel bleek zijn talent. Op elfjarige leeftijd maakte hij de overstap naar de jeugdopleiding van Düsseldorfer EG, een van de grote clubs in Duitsland. Daarna volgden jeugdinterlands, nationale selecties en uiteindelijk zijn debuut voor Oranje op zeventienjarige leeftijd tijdens het WK in Tilburg. In vijf wedstrijden noteerde hij direct twee goals en drie assists.

Een toekomst in Amerika lonkte maar een knieblessure gooide roet in het eten. Uiteindelijk belandde hij in de zomer van 2020 bij Tilburg Trappers, waar hij uitgroeide tot een vaste waarde. Ook afgelopen seizoen vormde hij samen met Kobe Roth en Reno de Hondt een hecht en gevreesd trio. Aan het begin van de Oberliga-campagne bleef coach Danny Albrecht zoeken naar de ideale samenstelling van zijn lijnen, als een bakker die net zo lang sleutelt aan zijn recept tot het perfecte brood uit de oven komt.

De combinatie van de Amerikaan met zijn Nederlandse center en right winger bleek de juiste. ‘Aan de ene kant verschillen we enorm van elkaar, maar we vullen elkaar juist daardoor goed aan’, legt Trappers nummer 4 uit. ‘Kobe is heel creatief, Reno is de afmaker en ik ben fysiek misschien de sterkste van ons drieën.’

PIJN VAN DEGGENDORF

Dat zijn laatste wedstrijd uiteindelijk een 7-2-nederlaag in en tegen Deggendorfer SC zou worden, doet nog altijd pijn. ‘In eerdere halve finaleseries tegen Weiden en Bietigheim waren de onderlinge verschillen groot en kregen we draaien om onze oren, zegt hij. ‘Maar tegen Deggendorf had ik voor het eerst echt het gevoel dat we konden winnen. In wedstrijd twee en drie had het net zo goed onze kant op kunnen vallen.’

Juist daarom voelde de uitschakeling na vijf wedstrijden zo wrang. Toch overheerst bij Van Soest uiteindelijk vooral dankbaarheid. ‘Ik begon hier in de coronaperiode en speelde veel te vaak in een lege ijshal’, blikt hij terug. ‘Maar later heb ik dat dubbel en dwars ingehaald. Ik heb me vaak verbaasd over hoe sterk ijshockey leeft in Tilburg en hoeveel mensen er naar onze wedstrijden komen kijken.’

REALISME EN KARAKTER

Waar hij straks het meest heimwee naar krijgt? Het antwoord komt zonder aarzeling. ‘De kleedkamer. De humor onderling, de groepsdynamiek, de vriendschappen. Samen toewerken naar iets groots en belangrijke wedstrijden winnen. Dat gevoel ga ik nergens anders vinden.’

Zo komt er onverwacht vroeg een einde aan het ijshockeyhoofdstuk van Ties van Soest. Niet omdat de liefde voor het spel verdwenen is, maar omdat hij beseft dat er ook een leven ná het ijshockey bestaat. Een keuze die pijn doet, maar getuigt van realisme en karakter. Misschien wel precies zoals iedereen hem in Tilburg heeft leren kennen.